Regie: Michael Mann | Duur: 170 minuten | Taal: Engels | Kijkwijzer: 16 jaar 

Camera

Regisseur Michael Mann (1943) zegt over Heat: “This is based on observations. This is based on people I have met, people I’ve known, people I’ve sat with and talked to. Thieves, cops, killers. It’s not derived from other cinema, it’s based on research.” Onderzoek dat uiteindelijk leidde tot een thriller die ruim twintig jaar na dato nog steeds tot de verbeelding spreekt.

Is de film dan een historisch drama? Op en top drama, dat sowieso. En ja, het beste segment uit deze klassieker grijpt terug naar de ontmoeting die rechercheur Chuck Adamson had in 1963. In een koffietentje in Chicago zat hij toen oog in oog met beroepscrimineel Neil McCauley. Adamson zou later vrienden worden met Mann en hem vertellen over zijn gesprek met McCauley. Heat is het product van die samenloop waarin, geen toeval dus, ene Neil McCauley het kopstuk is van een hecht groepje zware jongens.

Heat is ook de botsing tussen twee giganten in hun gloriedagen: Robert De Niro als de koelbloedige bankovervaller McCauley, en Al Pacino als de flamboyante detective Vincent Hanna. De scène waarin ze elkaar treffen is het plot in een notendop: de heren lijken op elkaar omdat ze beiden compleet opgeslokt worden door hun werk. Ze kunnen niets anders, ze willen ook niets anders. Hun bestaan is strak, leeg en tragisch; een zelfgekozen lijdensweg die Mann ijzersterk in beeld brengt.

De schoonheid van Heat is niet zozeer dat Mann de twee terriërs aan elkaar gelijkstelt, maar dat hij dat doet terwijl de een (Neil) het kwaad vertegenwoordigt en de ander (Vincent) het goede. Mann verenigt die uitersten door van beide tevens de keerzijde te tonen. Uiteraard identificeer je je vrij eenvoudig met Vincent, maar breng je voor Neil gek genoeg de meeste sympathie op. Niet elke schurk is per definitie een slecht mens, waarschuwt Mann. En ook de good guys gaan soms over lijken, wat blijkt uit Vincents catastrofale privéleven.

Script en spel zijn fabuleus, Manns stijl is dat evenzeer. De film is geschoten met een telelens, waardoor de personages als het ware losstaan van de achtergrond. Het kleurgebruik (veel blauwtinten) en de belichting zijn daarbij kenmerkend voor een film noir: kilte en melancholie gaan hand in hand. Heat is een dijk van een misdaadsaga waarin, zoals filmkenner Scott Foundas terecht stelt, “every bullet fired ripples with consequences for both the victim and the trigger man.”